Rechtszaak van de week

Ali’s hoofd zat klem in de machine en overleed ter plekke (Nieuwe Revu 7)

Wie? Jan ter M. Pluimveebedrijf B.V.

Zaak? Handelen in strijd met Arbeidsomstandighedenwet.

Er was een storing aan de inpakmachine voor kippenvlees. “Laat maar, ik doe het wel,” zei Ali (36) tegen een collega en klom in de machine. Zijn hoofd kwam klem te zitten en hij overleed ter plekke.

Lijkbleek komt de algemeen directeur van het pluimveebedrijf de zittingszaal binnen. “Hij had de machine stil moeten zetten,” zegt hij even later en begint te huilen. “Dat er bij u geen sprake is van opzet lijkt me duidelijk,” reageert de rechter meelevend. “Maar wij willen weten wat er precies is gebeurd.” Want hoe heeft het zover kunnen komen? En belangrijker nog: wie is hiervoor verantwoordelijk? Jan in ieder geval niet, zo vindt hij zelf: “Dat de technische dienst die RVS-plaat uit de machine heeft gehaald wist ik niet.” De rechter: “Maar volgens de leverancier had het ongeluk nooit kunnen gebeuren als die plaat er nog had gezeten.” Tja, maar Jan is directeur, hij kan niet overal verstand van hebben, dus laat hij “dit soort dingen” over aan het technisch personeel. En dan was er nog die keuring van de arbeidsinspectie een tijdje geleden. Alles was in orde. Dan mocht hij daar toch wel van uitgaan? “Ali was een gouden kerel verdomme,” roept hij hard en slaat met zijn vuist op tafel. De jonge weduwe van het slachtoffer zit in de zaal en stort volledig in. “Heeft u nog contact gehad met de nabestaanden?” vraagt de rechter. Ja, Jan heeft hun een geldbedrag geleend en een kerstpakket gestuurd. Of hij hen nog gesproken heeft? Nee, hij wilde het voorval zo snel mogelijk vergeten. Logisch toch? Niet helemaal, volgens de officier van justitie en hij verwoordt in zijn requisitoir op meelevende wijze het perspectief van de nabestaanden. Dan vervolgt hij: “U bent aanzienlijk tekortgeschoten in de bescherming van uw werknemers. Als u zoveel delegeert dat de chef onderhoud zelf zijn beslissingen mag nemen, dan kunnen die handelingen ook redelijkerwijs aan het bedrijf worden toegerekend. Daarnaast had er een noodsysteem moeten zijn die de machine automatisch uitschakelde zodra deze betreden werd.” Omdat verdachte een rechtspersoon is kan de officier alleen een geldboete eisen: 10.000 euro, waarvan 5000 voorwaardelijk. “Een groot drama,” begint de advocaat zijn pleidooi, maar uiteindelijk vraagt hij om vrijspraak. De zitting wordt gesloten. “Mevrouw, ik wens u en uw kinderen veel sterkte,” zegt de rechter. Aangeslagen loopt ze weg.

Uitspraak:

‘Het pluimveebedrijf wordt veroordeeld tot het betalen van een boete van tienduizend euro waarvan vijfduizend voorwaardelijk’.